
Als er iets is dat we nodig hebben qua duurzaamheid, dan is het efficiënte duurzaamheid. Daarin gaat het om twee dingen: hoeveel milieu-impact hebben bepaalde keuzes en hoeveel moeite kosten die. Keuzes die het meest efficiënt zijn, zijn de keuzes die veel impact maken met weinig moeite. Maar ja, wat zijn die keuzes dan?
De hoeveelheid moeite verschilt van persoon tot persoon en wordt ook (bijvoorbeeld) beïnvloedt door beleid van de overheid. Daarom focus ik op deze website vaak op waar je het meest invloed op hebt: de hoeveel impact bepaalde keuzes hebben. Het is niet altijd even makkelijk daarachter te komen en soms verander ik daar ook over van gedachten. In dit artikel bekijken we de keren dat ik van gedachten ben veranderd. Zie het als een ode aan de zoektocht naar efficiënte duurzaamheid.
1. Water besparen
Regelmatig hoor je mensen zeggen dat we zuinig moeten zijn met water. Dus niet te lang douchen, niet de kraan laten lopen en niet (teveel) je tuin sproeien met kraanwater. Ik dacht altijd dat dit onzin was. We hebben in Nederland namelijk heel veel water tot onze beschikking. Denk maar aan al het water dat elke dag weer de zee in stroomt.
Bovendien kost het zuiveren van water helemaal niet zoveel energie. Als we dat ruim inschatten komen we op ongeveer 1kWh per kuub water. Voor de 50 kuub water die we gemiddeld per persoon per jaar gebruiken in Nederland, staat dat dus gelijk aan 50 kWh. Dat valt in het niet bij de rest van ons energieverbruik.
Daarnaast dacht ik altijd dat de landbouw en industrie de grootste verbruikers zijn van zoet water in Nederland. Dit is gedeeltelijk waar, maar ik ben van gedachten veranderd door de onderstaande figuur van het CBS. Deze laat zien waar ons water vandaan komt en waar het naartoe gaat:

Wat we hier zien is dat er inderdaad heel veel water gebruikt wordt door de industrie. Maar dit komt bijna helemaal uit oppervlaktewater. Drinkwater daarentegen komt hoofdzakelijk uit grondwater, net als het water dat de landbouw gebruikt. En van dat water gebruiken huishoudens een stuk meer dan de landbouw. Kortom: zolang we in Nederland niet veel meer drinkwater uit oppervlaktewater gaan winnen, hebben huishoudens de grootste impact op het grondwaterverbruik. Daarmee is water besparen (in droge periodes) best een goed idee)
2. Lampen die warm worden in de winter
Ik dacht altijd dat lampen die warm worden in de winter helemaal geen probleem zijn. Denk dan bijvoorbeeld aan gloeilampen. Mijn idee was dat de warmte die daarbij vrij komt rechtstreeks het huis in ging. En dat huis ben je anders toch aan het verwarmen met een CV ketel. Een gloeilamp is dan eigenlijk een soort elektrische kachel, met een efficiëntie van bijna 100%.
Wie deze website regelmatig bezoekt zal inmiddels een belletje horen rinkelen: elektrische kachels zijn namelijk helemaal niet een goed idee. Sterker nog, ze zijn vervuilender dan gasgestookte CV-ketels. Dus in plaats van je huis verwarmen met gloeilampen, kan je je huis veel beter verlichten met LED lampen en verwarmen met een warmtepomp.
3. Elektrische auto’s
Toen we thuis in de zomer van 2021 besloten om te gaan leven binnen ons ecologisch budget, hebben we een paar keuzes gemaakt. Zo zijn we per direct ongeveer 6 dagen per week plantaardig gaan eten, zijn we nog verder ons huis gaan verduurzamen, zijn we gestopt met vliegen (daarover later meer) en hebben we onze hybride auto ingeruild voor een elektrische. Onze inschatting was dat we daarmee er wel zouden komen.
Op zich is het waar dat onze milieu-impact op dat moment enorm afgenomen is, zelfs tot het punt dat we nu binnen ons ecologisch budget leven:

Toch heb ik me redelijk verkeken op elektrische auto’s. Dat komt omdat ik in eerste instantie alleen keek naar CO2 en klimaatverandering. Pas later kwam ik erachter dat we op dit moment 6 van de 9 planetaire grenzen aan het overschrijden zijn. De productie van auto’s blijkt significant bij te dragen aan het overschrijden van die grenzen, waarbij de productie van elektrische auto’s vervuilender is dan die van brandstofauto’s. Bovendien zijn elektrische auto’s zwaarder, waardoor ze bijvoorbeeld meer bandenslijtage hebben, wat dan weer de voornaamste bron van microplastics in het milieu is.
Begrijp me niet verkeerd: elektrische auto’s zijn een beter idee dan brandstofauto’s. Ze zijn alleen niet zo goed als sommige mensen je willen laten geloven. Dat is ook te zien als je kijkt hoe ver je met verschillende vervoersmiddelen kan reizen binnen dezelfde milieu-impact:

Dus als je een auto nodig hebt, zorg dan dat die elektrisch is, dat je hem deelt met anderen (zowel in bezit als tijdens het rijden), en dat je waar mogelijk nog steeds de trein neemt.
4. CO2 opslag onder de grond
Een van de mogelijke (deel) oplossingen voor de klimaatcrisis is het opslaan van CO2 onder de grond. Grofweg bestaat dat uit twee fases: het opvangen van CO2 en het opslaan. Het opslaan kan bijvoorbeeld in oude gasvelden, zoals gaat gebeuren bij Porthos. Voor het opvangen van CO2 zijn verschillende mogelijkheden. Zo kan je CO2 uit de lucht filteren, of uit (zee)water. Maar makkelijker is nog wel om het op te vangen waar het geproduceerd wordt, bijvoorbeeld bij fabrieken en raffinaderijen.
Een tijd lang heb ik dit riskant gevonden. Ik ging best lang mee in het argument van sommige milieu-organisaties die stellen dat dit alleen maar de fossiele industrie in stand houdt. Die industrie kan dan namelijk claimen dat ze CO2-neutraal is, omdat er geen CO2 in de lucht vrijkomt. Tegelijkertijd heeft die industrie dan nog steeds grote milieu-impact in de grondstoffen die ze gebruiken. Sterker nog, dat wordt alleen maar meer omdat er ook nog eens materialen nodig zijn om de CO2 weer onder de grond te pompen.
Toch ben ik van gedachten veranderd. De hoofdreden is dat we het ons simpelweg niet kunnen veroorloven om het niet te doen. Het is met de klimaatcrisis echt alle hens aan dek. En dan kan je natuurlijk vragen waarom we niet in de eerste plaats direct stoppen met die vervuilende industrie, maar dat is te kort door de bocht. Waar haal je dan de energie en materialen vandaan om windmolens en zonnepanelen te bouwen?
Belangrijk is dat het een én-én verhaal moet zijn. We moeten én CO2 onder de grond opslaan, én zo snel mogelijk vervuilende industrie verduurzamen. Dat laatste houdt ook in dat we nutteloze industrie moeten stoppen en de vervuiling van overgebleven industrie moeten beprijzen. Maar zelfs dan is er realistisch gezien op korte termijn nog (teveel) uitstoot van broeikasgassen en kunnen we die dus maar beter onder de grond stoppen dan in de lucht pompen.
5. Eén per jaar vliegen is oké
Zoals hierboven gezegd, besloten we thuis in 2021 te stoppen met vliegen. Voor die tijd vlogen we (heel mileu-bewust, ahum…) maximaal één keer per jaar voor vakantie. Daarnaast vloog ik een paar keer paar jaar voor mijn werk, met name binnen Europa maar soms ook daarbuiten. We vonden dat we daarmee best een mooi evenwicht hadden tussen milieu-bewust zijn en genieten.
En toen kwam in 2021 de realisatie: we leven echt niet binnen de draagkracht van de aarde. Zelfs niet bijna. En alleen al de reizen die we maakten, zorgden ervoor dat we de draagkracht van de aarde bijna elk jaar overschreden. Dat is te zien in onderstaande grafiek, waarbij elk jaar dat die boven de 1 uitkomt, onze reizen alleen al ons ecologisch budget meer dan vulden. Dus was er binnen dat ecologisch budget geen ruimte meer voor wonen, spullen of eten, toch ook vrij essentiële zaken:

De conclusie was dat het onmogelijk is om te vliegen én binnen de draagkracht van de aarde te leven. Dus zijn we ermee gestopt.
6. Kaas
Nog zoiets waar mijn gedachten in 2021 over zijn veranderd: kaas. Tot die tijd aten we 1x in de week vegetarisch. Vaak vervingen we dan vlees door kaas met het idee dat dat een stuk duurzamer zou zijn. Dat bleek een ruime misvatting, zoals te zien is in onderstaande grafiek. Hierin staat hoeveel je kan eten van bepaalde eiwitbronnen binnen 1/40e deel van je ecologisch budget:

Eerlijk is eerlijk: als je rundvlees door kaas vervangt, ben je goed bezig. Maar dat zegt meer iets over rundvlees dan over kaas. Kaas staat namelijk ongeveer op hetzelfde niveau als kip- en varkensvlees. Wil je echt beter bezig zijn? Eet dan plantaardig vlees, tofu, tempeh of noten!
7. Tofu is niet lekker
Over tofu gesproken, ik dacht vroeger altijd dat tofu niet lekker was. Dat komt doordat ik het nooit had gegeten nadat het op een lekkere manier was klaargemaakt. Toen we besloten ongeveer 6 dagen in de week plantaardig te gaan eten, ben ik in het begin helemaal voor plantaardig vlees gegaan. Mijn vrouw daarentegen vond opeens een mooie uitdaging in het koken met ingrediënten als noten en tofu. En daarmee heeft ze mij enorm geïnspireerd. Want wat bleek: tofu kan ook lekker zijn. Je moet het alleen goed kruiden en bakken.
Inmiddels kook ik regelmatig met tofu. Vaak als een soort van gehakt, waarbij het in stukjes uit elkaar valt en het lekker bruin bakt. Maar ook als je het in grotere stukken, repen of plakken snijdt en je het goed marineert en bakt, wordt het erg lekker. Zo heb ik laatst sushi klaargemaakt met tofu in plaats van vis. En dat was een groot succes!
8. Het is oké als iedereen íets doet
Dit is misschien nog wel de grootste omslag in mijn denken geweest. Ik dacht altijd dat het oké was om íets te doen. Eén dag in de week vegetarisch eten, maximaal 1x per jaar op vliegvakantie, een hybride auto rijden en je huis een beetje verduurzamen. Tot we erachter kwamen hoe groot onze milieu-impact nog steeds was met die levensstijl. Íets doen is simpelweg niet genoeg: we moeten echt anders gaan leven. Met een beetje doen komen we er simpelweg niet.
Daarom hebben we ook echt ons leven omgegooid en zijn we gaan focussen op de 4 belangrijkste keuzes: Spullen, Thuis, Eten en Reizen. Dus niet meer vliegen, grotendeels plantaardig eten, minder spullen kopen en ons huis enorm verduurzamen. En wat blijkt? Dat is allemaal veel minder moeilijk dan je denkt, je moet er gewoon aan beginnen. Van tevoren denk je: 6 dagen per week plantaardig eten, hoe gaan we dat doen? Maar dat blijkt prima te kunnen. Niet meer vliegen, dan mis je toch heel veel leuks? Ook dat blijkt prima mee te vallen. Sterker nog, je gaat echt anders kijken naar je ‘oude’ leven. Je gaat gaandeweg vanzelf inzien dat het echt prima anders kan.
Dat is ook de hoofdreden geweest te beginnen met De Duurzame Nerd: niet alleen laten zien dat het anders moet, maar ook dat het anders kán. Voel jij ook dat het anders moet? Neem dan vooral de eerste stap! Bewustzijn en inspiratie zijn daarbij belangrijk. Als je dat nog niet hebt gedaan, meld je dan hieronder gratis aan en ontvang elke twee weken een e-mail met een nieuw artikel over duurzaamheid.
En vergeet natuurlijk niet te liken op LinkedIn. Mijn data laat zien dat dit een groot effect heeft op de verspreiding van De Duurzame Nerd.