Het recht op (duurzaam) reizen: hoe technologie beïnvloedt waar we denken recht op te hebben

Dat veel reizen vervuilend is, is geen nieuws. Maar soms is reizen gewoon noodzakelijk, toch? In hoeverre heb je het recht om te reizen? En in welke omstandigheden zijn verre reizen te verantwoorden? Dat zijn vragen waar geen eenduidige antwoorden op te geven zijn. Maar het is goed om te beseffen dat het antwoord dat we daarop geven, ook bepaald wordt door de technologie die we hebben. En dat moet ons aan het denken zetten. Laten we kijken.

De paradox van reistijd

Dat technologie bepalend is voor hoe we tegen reizen aankijken, wordt nog wel het meest duidelijk in de Breverwet: de wet van behoud van reistijd en verplaatsingen. Deze werd in 1977 geformuleerd door verkeerseconoom Geurt Hupkes. De wet stelt dat mensen wereldwijd al decennialang even veel tijd per dag aan reizen besteden (zo’n 70-80 minuten). Dat onze vervoersmiddelen sneller worden, betekent dus verrassend genoeg niet dat we minder tijd spenderen aan reizen, maar dat we langere afstanden afleggen.

“Hoe ver je gaat, heeft met afstand niets te maken. Hoogstens met de tijd.”

Bløf, Omarm

De afgelopen 100 jaar hebben we veel meer de beschikking gekregen over snelle vervoersmiddelen: brommers, auto’s, bussen en vliegtuigen. En al deze vervoersmiddelen zijn ook nog eens veel goedkoper geworden sinds hun introductie. Maar de milieuvervuiling per kilometer is niet in dezelfde mate afgenomen. Sterker nog, omdat we (bijvoorbeeld) steeds grotere auto’s zijn gaan rijden, is de milieuvervuiling per kilometer in sommige gevallen helemaal niet gedaald. En omdat we veel meer afstand afleggen in dezelfde tijd, is de totale milieuvervuiling door nog steeds groot.

Gedachte-experiment

man standing on a rock

Als dus de afstand die we reizen met name afhangt van de tijd die het kost, wat zegt dat dan over de noodzaak van dat reizen? Als de reizen die we maken echt nodig waren geweest, was het dan niet veel logischer geweest als de reistijd af was genomen bij de introductie van sneller vervoer?

Daarom is het interessant om eens na te denken over wat er zou gebeuren als alle vervuilende vervoersmiddelen opeens twee keer zo traag zouden zijn. Zouden we dichter bij ons werk en familie gaan wonen? Zouden we dichterbij op vakantie gaan? Bijkomend voordeel zou zijn dat de fiets qua reistijd een stuk aantrekkelijker wordt ten opzichte van gemotoriseerd vervoer.

Reizen voelt als een recht

Het probleem van het verminderen van de snelheid van vervoer, is dat het voelt alsof je iets afgenomen wordt. Het voelt inmiddels alsof we recht hebben op snel vervoer. Recent heb ik twee mensen gesproken die dit punt fantastisch illustreren.

Als eerste sprak ik met iemand die voor zijn/haar werk naar Berlijn moest. Treinen was geen optie, want dat duurde te lang, dus werd het vliegen. De vraag is wat diegene had gedaan als het vliegtuig er ook langer over had gedaan. Dan toch maar met de trein? De vergadering online doen? Of was die persoon überhaupt niet zo nauw betrokken geweest bij een bedrijf in Berlijn. Want hebben ze in Duitsland dan geen goede werknemers?

Iemand anders ging op vakantie naar Griekenland. Als je geluk hebt, lukt dat je in ruim 2 dagen met openbaar vervoer. Dat was te lang, dus werd het vliegen. Maar wat had deze persoon gedaan als het vliegtuig niet had bestaan? Waarschijnlijk was Griekenland dan simpelweg geen optie geweest, of een once-in-a-lifetime experience.

Geen leuke boodschap, wel eerlijk

De afgelopen maand publiceerde ik twee artikelen. Eén feel-good artikel waarin ik laat zien dat het mogelijk is om te leven binnen de grenzen van de aarde. En één artikel waarin ik schrijf dat we moeten afkicken van onze vliegverslaving. Raad maar eens welk artikel het best gelezen is en welke de meeste reacties krijgt op social media? Inderdaad, het feel-good artikel. Niemand wil horen dat we minder zouden moeten reizen (en helemaal vliegen). Dus we gaan zien hoeveel het artikel dat je nu leest, gelezen en gedeeld wordt ;).

Geld speelt ook een rol

Terug naar onze reiskeuzes. Alhoewel de Breverwet in principe geld niet meeneemt, speelt uiteindelijk geld natuurlijk wel een rol. Als datzelfde vliegticket naar Griekenland 5000 euro had gekost, had die persoon zich ook wel een paar keer achter de oren gekrabd. Er zijn dan ook wel mensen die zeggen dat reizen veel duurder moet worden en dat vliegen relatief duurder moet worden ten opzichte van de trein. Daar ben ik het mee eens. Maar voor je eigen keuzes hoeft dat niet uit te maken: je kan nu alvast doen alsof vliegen 2x zo duur is als de trein en dan je keuze maken. Dat vliegen in werkelijkheid (nog) niet zo duur is, maakt daarvoor niets uit.

Wanneer reizen noodzakelijk is

Er zijn momenten waarop reizen noodzakelijk voelt. Ik heb zelf veel meer begrip voor mensen die ver weg op familiebezoek gaan, dan voor mensen die ver weg op vakantie gaan. Maar zelfs voor die eerste groep moet je je afvragen in hoeverre er een recht bestaat op reizen.

We moeten volgens mij ophouden met snel vervoer te zien als een recht. Onze milieuvervuilende reizen gaan ten koste van de aarde en daarmee van mensen, dieren en andere natuur. In plaats daarvan moeten we opnieuw ontdekken hoeveel gave bestemmingen er zijn op kortere afstand. En als we dan toch een keer het avontuur op willen zoeken en verder weg gaan, kunnen we ook eens kijken naar een treinreis door Europa. Met de huidige opzet van het Europese spoor, is een avontuur verzekerd!

Mis niets en meld je hieronder aan voor een seintje als er een nieuw artikel is!

2 comments

  1. Als er maar een mens was, dan zouden er geen rechten zijn, wel plichten. Bijvoorbeeld de plicht om te eten, te drinken en te slapen. Als er twee mensen zijn dan ontstaat er een recht. De ander mag je niet hinderen te eten, te drinken of te slapen. Je hebt dan ineens rechten. Is het zo ook niet met reizen, of liever gezegd verplaatsen. Er is geen plicht om je te verplaatsen, t.o.v. de ander heb je recht om te verplaatsen. De vraag is hoe je dat recht uitvoert.

    1. Interessant inzicht. Ik denk dat het niet alleen de vraag is hoe je dat recht uitvoert, maar ook hoe ver dat recht gaat en wanneer dat recht botst met de rechten van iemand anders. Bijvoorbeeld het recht om in een omgeving te wonen die niet door iemand anders vervuild wordt. De wet is (bijna) altijd een middel om afwegingen te maken tussen (grond)rechten. De interessante vraag is dus bijvoorbeeld hoe het recht op verplaatsen zich verhoudt tot het recht op een schone leefomgeving.

Laat een reactie achter

This site uses Akismet to reduce spam. Learn how your comment data is processed.