
Wie kent de term ‘greenwashing’ inmiddels niet? Daarin worden zaken veel groener voorgesteld dan ze zijn, vaak om een bedrijf een beter imago te geven. Het gevolg? Je kan het idee hebben duurzaam bezig te zijn terwijl je het niet bent. Zonde!
Als er iets is waar we behoefte aan hebben, dan is het efficiënte duurzaamheid. We moeten focussen op die dingen die echt het verschil maken ten opzichte van de moeite die ze ons kosten. Het is daarom cruciaal om te weten wat nou echt het verschil maakt. Dit artikel gaat juist over het omgekeerde: de dingen die veel minder verschil maken dan je in eerste instantie zou denken.
Voordat we aan de lijst beginnen, twee opmerkingen. Allereerst: sommige van de onderwerpen in de lijst hebben misschien minder impact dan je zou denken, maar dat betekent niet dat ze allemaal verkeerd zijn. Ik probeer die nuance per onderwerp een beetje aan te brengen, maar ben ook benieuwd naar jouw reactie onderaan deze pagina, op LinkedIn of in een persoonlijk bericht. Ten tweede is de lijst in willekeurige volgorde en zeker niet compleet. Laat me ook vooral weten als je meer goede voorbeelden hebt.
Dat gezegd hebbende, laten we beginnen met nummer 1:
1: Verpakkingsvrij
Wist je dat de milieu-impact van verpakkingen slechts ongeveer 10% van de impact van het totale product is? Dat betekent dat 90% van de milieu-impact niet in de verpakking zit! Natuurlijk is het goed om die 10% naar beneden te brengen, maar het is waarschijnlijk veel efficiënter om te focussen op je consumptiegedrag. Voor elk product dat je minder koopt, moet je 10 verpakkingen mijden voor dezelfde impact. Bijkomend voordeel: minder kopen scheelt geld.
Bij voedsel kunnen verpakkingen ook nog eens een belangrijke functie hebben: het vers houden van het eten. Aangezien 90% van de milieu-impact niet in de verpakking zit, is het belangrijk geen eten weg te gooien. Een klein beetje extra verpakking is het dus soms wel waard om ervoor te zorgen dat je geen voedsel verspilt.
2: Lokaal kopen
Hiervoor geldt dezelfde vuistregel als verpakkingen: transport is verantwoordelijk voor ongeveer 10% van de milieu-impact. Maar al die vervuilende vrachtschepen dan? Ja, die zijn inderdaad vervuilend. De productie van spullen en voedsel is dus nog veel vervuilender! Dus koop jij je eten en spullen lokaal? Prima! Maar bedenk dat het een stuk duurzamer is om fruit van de andere kant van de wereld te eten, dan een biefstuk uit Nederland.
3: Biologisch vlees
Net als dat een lokaal stukje vlees veel vervuilender is dan plantaardig eten ergens anders vandaan, is biologisch vlees niet per se duurzaam. Bij de productie van vlees komen namelijk veel broeikasgassen vrij, of het nou biologisch is of niet. Het overstappen naar plantaardig koken heeft dan ook veel meer milieu-impact dan overstappen naar biologisch.
Of biologisch eten in algemene zin duurzaam is, zijn de meningen nog wat over verdeeld. Aan de ene kant is het een fantastisch idee om bijvoorbeeld minder gif te gebruiken. Aan de andere kant is er per hoeveelheid voedsel vaak meer oppervlakte nodig om biologisch te produceren. Dus qua hoeveelheid voedsel dat we kunnen produceren op dezelfde hoeveelheid grond, is biologisch niet per se goed. Dat is dus een lastige afweging.
4: Plasticvrije badkamer
Laatst gooide ik alweer een lege fles douchegel weg. Zonde van het plastic, toch? In punt 1 ging ik al in op de milieu-impact van verpakkingen en die geldt ook voor toiletspullen. Maar sommige mensen gaan nog verder. Die gaan op zoek naar toiletspullen waar geen microplastics in zitten.
Heel mooi natuurlijk, microplastics zijn inmiddels overal te vinden in de natuur en we weten eigenlijk nog niet zo goed hoe groot probleem we onszelf mee aan het opzadelen zijn. Maar wat is de grootste bron van microplastics? Autobanden! Op gepaste afstand volgen verpakkingen. Dat zijn dan verpakkingen die niet netjes weg zijn gegooid en zijn gerecycled. Toiletspullen spelen een relatief kleine rol. Dus wil je echt werk maken van het verminderen van microplastics? Ga dan minder de weg op. En gooi je plastic verpakkingen natuurlijk wel even netjes weg.
5: Kaas
Bij mensen die nadenken over voedsel en duurzaamheid is dit inmiddels een klassieker: kaas. Toch kom ik nog regelmatig mensen tegen die uit milieu-overwegingen eens in de week vegetarisch zijn gaan eten en dan vlees door kaas vervangen. Ik snap dat heel goed, want dat heb ik jarenlang zelf ook gedaan. Maar wist je dat de milieu-impact van kaas ongeveer gelijk is aan die van kippen- en varkensvlees?
Helaas zijn er tot nu toe weinig plantaardige kazen beschikbaar die lekker zijn. Maar wil je duurzaam eten? Vervang dan geen vlees door kaas, maar door een plantaardige eiwittenbron.
6: Tweedehands
Huh?! Maar minder (nieuwe) spullen kopen is toch een heel goed idee? Klopt, maar toch moeten we het hier even over hebben. Ook dingen die je tweedehands koopt hebben milieu-impact. Die zijn namelijk ook geproduceerd. Door dingen tweedehands te kopen, neem je als het ware een deel van de milieu-impact van de eerste koper over. Bedenk daarbij ook dat als de persoon die het eerstehands heeft gekocht er nog een mooie prijs voor kan vragen, het ervoor kan zorgen dat die persoon sneller iets nieuws koopt.
Er zijn wel spullen waarbij tweedehands sowieso een goed idee is. Dat zijn spullen die je maar een beperkte tijd nodig hebt. Denk bijvoorbeeld aan babyspullen. Door die spullen door te verkopen worden ze helemaal gebruikt tot ze op zijn en zijn er minder spullen nodig.
Als je iets wil kopen, denk dan vooral eerst een tijdje na of je het echt nodig hebt. Heb je het nodig, misschien kan je dan iets lenen of kan je iets anders gebruiken dat je al hebt. Alleen als je er dan van overtuigd bent dat je het moet kopen, kijk dan naar tweedehands spullen voordat je iets nieuws koopt. Want dan is dat natuurlijk wel een goed idee!
7: Palmolievrij
Voor de productie van palmolie wordt regenwoud gekapt. Dus lijkt het heel nuttig om eten en spullen te kopen waar geen palmolie in zit. Maar wat blijkt? Een van de redenen dat palmolie gebruikt wordt, is dat er voor de productie van palmolie relatief weinig oppervlakte nodig is. Dus als je palmolie vervangt door een andere olie, dan wordt er misschien nog wel meer regenwoud gekapt om die andere olie te produceren.
Wat je eigenlijk wilt is dat je producten koopt waarvoor geen regenwoud gekapt wordt. Daarvoor zou je moeten checken of er überhaupt olie gebruikt wordt in het product en/of waar die olie dan vandaan komt. Als je dat teveel moeite vindt, dan kan je ook gewoon accepteren dat je palmolie gebruikt en focussen op zaken die meer impact hebben, zoals het verminderen van je vleesconsumptie. Wist je dat er ook regenwoud gekapt wordt voor het verbouwen van soja die vervolgens in ons veevoer gebruikt wordt?
8: Thuisbatterij
Stel je heb zonnepalen en je wekt (zeker in de zomer) meer energie op dan je kunt gebruiken. Wat doe je dan? Veel mensen zijn enthousiast over de thuisbatterij: een plek om energie op te slaan en te bewaren voor wanneer je het nodig hebt. Probleem is alleen dat zo’n batterij heel snel vol zit. Op een zonnige dag in de lente of zomer wekken wij thuis ongeveer 14 kWh per dag op met onze zonnepanelen, terwijl we ongeveer 5 a 6 kWh aan stroom gebruiken. Dat betekent een overschot van minimaal 8kWh per dag. Als we een thuisbatterij zouden hebben van 6kWh, dan zou die binnen een dag vol zitten en vervolgens nog nauwelijks gebruikt worden. Zonde van de energie en de materialen die gebruikt zijn bij de productie van die batterij.
Een veel beter idee zou zijn om elektrische auto’s als buffer te gebruiken op het stroomnet. Die hebben toch al een batterij die vaak een stuk groter is dan een thuisbatterij. Die auto’s zouden dan hoofdzakelijk moeten opladen als er een overschot is aan elektriciteit.
En als we dan toch extra batterijen nodig hebben, dan is het beter om dat op grotere schaal te doen, bijvoorbeeld per wijk of per stad.
Conclusie
Het is soms lastig om door de bomen het bos te zien en te bedenken waar je goed aan doet. Gelukkig is dat precies het doel van deze website: laten zien waar je echt impact kan maken. Niet alles wat hierboven staat is verkeerd om te doen, maar de moeite die het je kost is relatief groot is ten opzichte van de impact die je ermee hebt. Ken je nog een goed voorbeeld van inefficiënte duurzaamheid? Of heb je een opmerking op een van deze categorieën? Laat het me weten hieronder in de reacties, op LinkedIn of stuur me een bericht.
Over twee weken publiceer ik een artikel met een handig ezelsbruggetje om te onthouden wat echt impact heeft. Als je dat nog niet gedaan hebt, laat je e-mailadres hieronder achter om een e-mail te krijgen met dat ezelsbruggetje:
Goed verhaal en toch geef ik bij deze een klein tegengeluid.
Zoals je van twee zaken voordeel van het ene met het voordeel van het andere moet vergelijk en zo nadeel met nadeel. Zo is niet eerlijk om een voordeel van het ene met nadeel van het andere te vergelijken. Dat gebeurt o.a. met plantaardig versus vlees en lokaal versus ver.
Voorts kan ik je ook laten zien dat een thuisbatterij in combinatie met een elektrische auto goed werkt, als het gaat om verminderen van netcongestie en onbalans in het netwerk. Dat zou in grotere combinaties per straat of buurt kunnen gebeuren.
Hoi Bert,
Dank voor je tegengeluid. Ik ben met je eens dat het soms een scheve vergelijking is die ik maak. En ergens doe ik dat ook met opzet. Het hoofdpunt is namelijk dat deze 8 dingen niet de eerste dingen zouden moeten zijn waar je op focust, omdat ze (relatief) weinig impact hebben. Dus lokaal is natuurlijk een goed idee met veel voordelen. Maar als je niet eerst focust op plantaardig eten, dan ben je niet efficiënt bezig, met twee gevolgen. Allereerst dat je minder ruimte in je hoofd hebt om op de zaken met meer impact te focussen. En ten tweede dat je misschien wel vindt dat je heel goed bezig bent, terwijl dat tegen valt.
Wat betreft de thuisbatterij ben ik welwillend sceptisch. Als in: ik laat me graag overtuigen van het nut. Maar als je dingen als netcongestie tegen wil gaan, dan zal je de batterij actief moeten gebruiken om korte wisselingen in vraag en aanbod op te vangen. Dat betekent dat hij niet te vaak helemaal vol of helemaal leeg mag zijn. Naast de vraag of je dat thuis voor elkaar krijgt, heb je veel minder batterijen nodig als je dit op buurt-niveau aan zou pakken. Als ik het goed begrijp, speelt netgongestie nauwelijks op huis-niveau of straat-niveau en veel meer op wijkniveau en stad-niveau. Dus is het ook logisch om het op dat niveau an te pakken. Maar zoals gezegd: ik laat me graag overtuigen van het tegendeel.